
Ginko wijsheid
Onderweg naar de eerste cliënt neem ik in gedachten mijn agenda door. Mijn blik valt op een grote ginkgoboom op een open veld. De bovenste helft van het bladerdek is prachtig geel, de onderste helft ligt in een grote cirkel rond de boom.
Ik laat mijn gas even los om wat langer te kunnen genieten van dit mooie beeld. Zouden de auto’s achter mij zich ongeduldig ergeren aan de trage auto voor hen, of zouden ze ook naar rechts kijken en even tot stilstand komen bij het zien van deze mooie boom met waaiervormige bladeren, die maar een week per jaar zo knalgeel zijn?
De ginkgoboom is mogelijk de oudste boom ter wereld en staat symbool voor veerkracht, hoop, liefde en een lang leven.
“Het is voor hem een nieuwe ervaring dat iemand echt naar hem luistert. Hij bedankt mij uit de grond van zijn hart.”
Ik bezoek mijn cliënt, een man van ver in de tachtig met uitgezaaide kanker. Hij ontvangt mij tussen zijn maquettes, waar hij nog met zijn laatste krachten aan werkt om tot in detail achter te laten hoe hij herinnerd wil worden. We praten over zijn angsten, nu zijn lichaam hem in de steek laat en zijn geest des te actiever lijkt te worden. In kunst vindt hij rust.
Ik heb de rust om naar hem te luisteren, bekijk zijn werken en stel me open voor zijn geheel eigenzinnige belevingswereld. Dat hij soms minuten zoekt naar woorden, zie ik als onderdeel van wie hij is. Ik heb geen haast. Als ik wegga, wordt hij emotioneel. “Het is voor hem een nieuwe ervaring dat iemand echt naar hem luistert. Hij bedankt mij uit de grond van zijn hart.”
Onderweg naar mijn volgende huisbezoek vallen mij overal gele ginkgobomen op. Eerder zag ik ze niet, maar nu ze hun felgele bladeren hebben, kun je er niet omheen.
Het volgende echtpaar dat ik bezoek, vertelt mij hoe zij zich voelen nu hij veel langer blijkt te leven dan gedacht. Ik heb hem leren kennen als een praktische man die graag vertelt over hoe hij huizen verbouwt. Wanneer ik bijna wil gaan, vertelt hij mij hoe hij de avond daarvoor tot tranen ontroerd was door een muziekstuk van Bach. Het maakte hem dankbaar dat hij nog leefde. Tijdens het luisteren zie ik achter hem een pimpelmeesje op een vetbolletje zitten. Ik sluit mijn dag af bij een ander echtpaar. Het pad naar de voordeur ligt bezaaid met ginkgoblaadjes. Ik blijf even staan en kijk naar boven, waar de ginkgoboom tot in de hemel reikt.
Binnen tref ik een lief stel van in de tachtig. Zij maakt pastinaaksoep en hij zit op de bank. ‘Schuif lekker aan,’ zegt ze. Wanneer ik wil gaan zitten, maakt mijn hart een sprongetje. Op de houten tafel liggen in een cirkel vijf ginkgoblaadjes. Het zijn kleine dingen en het is maar net of je het ziet. Wanneer dit magazine verschijnt, heeft de lente zich inmiddels volop laten zien. De ginkgo heeft weer blad gekregen en de sneeuwklokjes en krokussen hebben plaatsgemaakt voor nieuw groen.
Ik gun al mijn collega’s iets van deze ginkgowijsheid: sta even stil en kijk eens om je heen. En als het je nog even niet lukt, zijn er genoeg bewoners en cliënten die ons de kunst van het stilstaan kunnen leren.